Verslag studieavond ‘Observeren kun je leren!’

Verslag studieavond ‘Observeren kun je leren!’

Observeren en beoordelen van ouder-kind interacties staat centraal in het werken met ouders en jonge kinderen.  Maar hoe observeer je? Wat observeer je dan? Waar moet je op letten? Welke instrumenten kun je het beste gebruiken? Tijdens de studieavond op 29 januari georganiseerd door de werkgroep Het Jonge Kind, een samenwerking tussen het NIP en de DAIMH, stonden deze vragen centraal

Hedwig van Bakel opende deze avond met een YouTube filmpje (De Gorilla) dat duidelijk maakt dat wat je ziet bepaald wordt door waar je op let.
Vervolgens ging zij in op het concept gehechtheid. Veilige gehechtheid wordt op social media en in het werkveld van het jonge kind vaak genoemd als het belangrijkste observatiepunt. Hedwig van Bakel betoogde dat ‘gehechtheid’ een soort van toverwoord is geworden en dat we worden geprimed om naar de hechting van jonge kinderen te kijken! Gehechtheid is echter niet zomaar te observeren. Bovendien heeft onderzoek (Belsky e.a.) aangetoond dat er geen rechtstreeks verband bestaat tussen veilige gehechtheid en gedragsproblemen. We kunnen wel een beeld krijgen van interacties, gedragingen van ouders en kinderen die deelnemen aan een gezamenlijke activiteit.
In haar lezing stond ze verder stil bij wat belangrijk is voor een goede observatie en wat centrale kenmerken zijn van de verschillende observatie instrumenten.

Praktische richtlijnen
Met betrekking tot de tijdsduur van een observatie blijkt uit onderzoek dat een wekelijkse observatie van bv een uur een vergelijkbaar resultaat oplevert als een observatie van ongeveer 15 minuten met betrekking tot het algemeen patroon van interacteren. Tevens blijkt dat de interacties in een onderzoekssituatie van dezelfde orde zijn als observaties in de thuissituatie.

Het interactiepatroon tussen ouders en kinderen in de eerste jaren is nog niet heel stabiel en geadviseerd wordt dan ook om tijdens een behandeltraject na een half jaar de interacties opnieuw in kaart te brengen. Ook welke situatie geobserveerd wordt is van invloed op de interacties die we waarnemen (Trevarthen e.a.). Zo is gedrag in niet-specifieke situaties vaak meer positief en met plezier gekleurd en wordt in een observatie met speelgoed meer gerichte stimulatie waargenomen. Een verschoonsituatie daarentegen is vaak meer een routinehandeling.

Het op video vastleggen van de observatie is belangrijk omdat interacties snel gaan, terug kijken is dan mogelijk. De beelden vergroten dagelijkse situaties uit en zijn een krachtig middel binnen de ouder-kind behandeling om gedragsverandering te bewerkstelligen. Wanneer behandeling meer gericht is op de interne representaties van de ouders is Ouder-Kind psychotherapie een betere ingang.

Aandachtspunten voor de observatie.
Om zo objectief mogelijk te leren observeren is het van belang om je bewust te zijn van het verschil tussen wat je ziet en wat je denkt. Daarnaast is bewustzijn van je eigen stijl van interacteren en de wijze waarop je interacties inkleurt, belangrijk. Er zijn inmiddels veel observatie instrumenten op de markt. Voor sommige is een certificering nodig, voor anderen niet. Alle instrumenten meten vergelijkbare concepten en kijken naar patronen binnen de interactie. Er wordt gekeken vanuit het perspectief van het kind en  vanuit het perspectief van de ouder. Wederkerigheid en de verbondenheid in de dyade zijn belangrijke aandachtspunten.

Concepten die in veel instrumenten in de schalen voor de ouders terug te vinden zijn: sensitiviteit, structurering, non-hostiliteit en non-intrusiviteit. Responsiviteit en involvement staan in de kind-schalen centraal. Door samen met ouders bij de beelden stil te staan help je hen afstand nemen en leren zij benoemen wat ze zien. Daarna kan de stap gezet worden naar het nadenken over de gedachtes en gevoelens van hun kindje en datgene wat het bij hen oproept.

Lausanne Picnic Game (LPG)
De Lausanne Picnic Game (F. Frascarolo en N. Fravez) is aan de universiteit van Geneve ontwikkeld en zal door Monique van Kuijken Hedwig van Bakel  in Nederland geïntroduceerd gaan worden. In de  LPG worden gezinsleden uitgenodigd om samen te spelen dat ze gaan picknicken met als doel de gezinsinteracties in kaart te brengen.
De focus ligt niet alleen op de ouder-kind interacties maar ook op de interacties tussen de ouders onderling. De LPG kent vijf observatie categorieën: Structureren van de taken en schakelmomenten, het co-ouderschap, de interactie tussen de partners, het grenzen stellen en de liefdevolle en warme atmosfeer in het gezin.
Monique van Kuijk is deze werkwijze gaan gebruiken vanuit haar werk met ouders en baby’s waarin de moeder een post-partum depressie doormaakt. Aan de hand van mooie video-opnames liet ze zien hoe de opzet van de LPG haar helpt om de vaders meer bij de behandeling te betrekken en  woorden te geven aan de interacties en de wensen en verlangens van de partners/ouders.

Brigitte de Jong